Wie eet wat

Niet iedereen doet hetzelfde op zijn bord. De een laat vlees staan omdat het niet goed voelt, de ander kiest ervoor om vis in het menu te houden. Soms is het lastig te volgen wie nu eigenlijk wat wel of niet eet. De termen vliegen je om de oren: vegetariër, pescotariër, veganist, flexitariër – maar waar staan ze precies voor? En hoe zien deze keuzes eruit in het dagelijks leven?
Vegetariërs: zonder vlees of vis, met kaas
De term vegetariër is inmiddels behoorlijk ingeburgerd. Toch denken sommige mensen nog steeds dat vis er gewoon bij hoort. Dat is dus niet zo! Vegetariërs laten vlees én vis volledig staan. Wat wél op het bord ligt: kaas, melk, yoghurt en eieren. In Nederland is dit de meest voorkomende vorm van vleesloos eten. Vegetariërs kiezen dus nog steeds voor dierlijke producten, maar vermijden het doden van dieren. In de praktijk eten veel vegetariërs ook honing, dragen ze leren schoenen en gebruiken ze cosmetica die dierlijke ingrediënten bevat. De grens ligt hier meestal bij wat er op het bord ligt en niet per se bij wat er in de kledingkast hangt.
Lacto-ovo vegetariërs: de klassieke variant
Technisch gezien vallen de meeste vegetariërs onder deze noemer. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat je geen vlees, vis of gevogelte eet, maar wel zuivel én eieren. Deze term komt vooral voor in internationale contexten of wanneer het nodig is om het onderscheid met andere vormen van vegetarisme te verduidelijken. Je komt dit eetprofiel bijvoorbeeld regelmatig tegen in wetenschappelijke onderzoeken en voedselrichtlijnen. In het dagelijks leven gebruiken de meeste mensen gewoon ‘vegetariër’, ook al bedoelen ze eigenlijk lacto-ovo.
Ovo vegetariërs: eieren, maar geen melk
Ovo vegetariërs vormen een kleinere groep. Ze eten geen vlees, geen vis, geen zuivel – maar wel eieren. Geen kaas op de pasta, geen melk in de koffie, maar een omelet mag wel. De redenen voor deze keuze zijn divers: sommige mensen verdragen geen zuivel, anderen vermijden het vanwege de productieomstandigheden. Hoe dan ook, het vraagt net iets meer bewustzijn bij het boodschappen doen, want zuivel zit vaker in producten dan je denkt. Yoghurt, koekjes, brood; ineens moet je de etiketten goed lezen.
Veganisten: volledig plantaardig
Veganisten gaan nog een stap verder. Zij eten geen enkel dierlijk product. Dus geen melk, geen eieren, geen honing, geen gelatine en uiteraard geen vlees of vis. Maar daar stopt het niet. Ook in kleding, verzorgingsproducten en interieurartikelen vermijden de meeste veganisten dierlijke ingrediënten of dierproeven. In de supermarkt betekent dit soms flink zoeken, al is het aanbod tegenwoordig veel ruimer dan tien jaar geleden. Kant-en-klare vegan maaltijden, mayonaise zonder ei, plantaardige boter; het is allemaal makkelijker verkrijgbaar, maar het blijft opletten. Komen er binnenkort veganisten bij je eten? Lees dan de blog: Help, mijn visite is vegan!
Pescotariërs: vis op het menu, vlees niet
Pescotariërs eten geen vlees, maar wél vis en andere zeevruchten. Zuivel en eieren zijn ook toegestaan. In de praktijk betekent dit dat deze groep wel sushi bestelt, maar de carpaccio overslaat. Vlees wordt bewust vermeden, maar vis wordt gezien als acceptabel alternatief. Dit eetpatroon roept soms vragen op – zeker bij vegetariërs die vis ook als een dier beschouwen dat liever met rust gelaten wordt. Toch groeit deze groep gestaag, vooral onder mensen die hun vleesconsumptie willen beperken maar nog niet helemaal afscheid willen nemen van dierlijke eiwitten.
Flexitariërs: vlees minderen, zonder strikt regime
De grootste groep in Nederland is misschien wel de meest ontspannen in de omgang met hun eetgewoonten. Flexitariërs kiezen ervoor om één of meerdere dagen per week geen vlees te eten, zonder daar een vast patroon van te maken. Sommige mensen doen dit uit praktische overwegingen, anderen zien het als een gezonde balans. Wat opvalt is dat steeds meer mensen zich herkennen in deze term, ook als ze nog gewoon vlees eten. Het label is niet streng en dat maakt het toegankelijk. De een kookt thuis altijd vegetarisch maar eet buiten de deur vlees; de ander kiest voor plantaardige lunches maar blijft ‘s avonds bij een ouderwets AVG’tje.
Lactosevrij: plantaardig zonder buikpijn
Lactose-intolerantie komt vaker voor dan je misschien denkt en dat maakt lactosevrij eten steeds relevanter. Mensen met een lactoseallergie vermijden melk, room, yoghurt en alles waar melkbestanddelen in zitten. Wat veel mensen niet weten: vegan producten zijn automatisch ook lactosevrij, omdat ze geen dierlijke ingrediënten bevatten. Wie lactosevrij eet, kan dus zonder problemen terecht bij De Vegan Bakker voor allerlei lekkernijen zonder buikpijn achteraf. Plantaardig eten biedt dus niet alleen uitkomst voor dieren en het milieu, maar ook voor wie gevoelig is voor zuivel.
Glutenvrij: alleen met aparte bakkerij
Gluten zijn een ander verhaal. Voor mensen met coeliakie of een glutenintolerantie is het essentieel om gluten volledig te vermijden. Dat betekent: geen tarwe, gerst of rogge – en dus ook geen gewone koekjes, taartjes of brood. Om écht glutenvrij te kunnen bakken, heb je een aparte bakkerij nodig. Kruisbesmetting ligt al snel op de loer. Bij diverse bakkers kun je wel glutenvrije producten halen, maar deze worden geleverd door een gespecialiseerde leverancier. Zo weet je zeker dat ze geschikt zijn voor mensen met een glutenallergie, al zijn ze dus niet in eigen huis gebakken. Wij van Bakkertje Deeg en de Vegan Bakker werken samen met zo’n speciale glutenvrije bakkerij die alles per stuk verpakt in hittebestendige verpakkingen. Dat stelt ons maar ook onze klanten in staat de glutenvrije producten af te bakken of op te warmen in de oven naast gewone glutenhoudende producten zonder kans op kruisbesmetting! Hoe fijn is dat!
Grenzen tussen eetprofielen vervagen
Waar je tien jaar geleden vrij helder kon uitleggen wie vegetariër was en wie niet, zijn de lijnen inmiddels een stuk vager geworden. Veel mensen passen zich aan per gelegenheid, per seizoen of zelfs per gezelschap. Er zijn veganisten die buiten de deur soep met room accepteren, vegetariërs die af en toe vis eten zonder zichzelf pescotariër te noemen en flexitariërs die vlees vermijden zonder daar een label aan te hangen. De termen blijven bestaan, maar de invulling ervan wordt losser. We lijken minder waarde te hechten aan strikte labels en geven juist meer ruimte aan individuele keuzes. Behalve wanneer het om gezondheid gaat; bij allergieën zijn duidelijke grenzen wél nodig.